NederlandsEnglish (United Kingdom)

MAN nieuwsbrief 5

 

Wisselende fase 3 compost en sproeien (op de kopvuller)

 

Op veel bedrijven  wordt er tegenwoordig doorgroeide compost met een zeer wisselende structuur en vochtgehalte gesproeid vóór het afdekken. De ene partij is vrij lang en wat harder van structuur en de andere weer kort en zachter. De hoeveelheid water om de compost op vocht te krijgen vóór het vullen is altijd een punt van discussie, maar hangt van veel factoren als buitenweer en activiteit af. Bovendien bestaat tussen de verschillende kwekerijen een groot verschil in verdamping.

Er zal echter altijd een evenwicht moeten bestaan tussen de hoeveelheid water en de verdamping. Composteerders zullen alles in het werk stellen om de structuur van de verschillende partijen compost zo constant mogelijk te maken. Dit betekent overigens niet dat dit altijd lukt. Sommige  composten nemen vrij gemakkelijk het water op, andere composten die wat minder doorgefermenteerd zijn hebben daar meer moeite mee. Hier is het dus oppassen geblazen, want  zachtere  goed doorgefermenteerde composten zullen in het algemeen het water ook niet al te gemakkelijk verdampen (Minder activiteit). Kwekers die op de vulmachine water willen geven moeten er dus rekening mee houden dat bij deze zachtere compost, zelfs met een iets langere structuur, niet overdreven wordt met grote hoeveelheden water. Als de compost zacht is kan al volstaan worden met, teruggerekend, 4 liter per m2 teeltoppervlakte, bij een normaal vochtgehalte van rond 64% en een vulgewicht van rond de 85 kg/m2 op het moment van afdekken.

Als de compost droger is mag natuurlijk wat meer gegeven worden,  maar meer als 8-10 liter per m2  is af te raden. In het algemeen wordt per 1 % lager vochtgehalte in de compost tijdens warmer weer 3 liter/m2 extra gegeven. Bij koudere weersomstandigheden ligt dit rond de 2,5 liter. Ook moet er goed rekening mee gehouden worden dat het water, wat gegeven wordt op de kopvulmachine,  het aandrukken van de compost beïnvloedt. Dit wordt veroorzaakt door het minder terugveren van de al gesproeide compost na de persrollen van de vulmachine. Met andere woorden de compost komt aanmerkelijk vaster in de bedden te zitten als er op de kopvuller gesproeid wordt. Zeker als de compost aan de korte kant is kan deze te vast in de bedden geperst worden. Hierdoor kan op het laatst van de eerste vlucht en de tweede vlucht te weinig activiteit aanwezig zijn. Het instellen van de persrollen is hierbij dus ook een aandachtspunt.

Als er niet op de kopvuller gesproeid wordt daarentegen, dan is het gevaar van te vast persen vele malen kleiner. Als de compost niet al te kort en nat is kan deze gerust flink aangeperst worden. Dit voorkomt namelijk dat de compost teveel na zakt tijdens de eerste vlucht. Als compost wel teveel na zakt en de dekaarde is niet optimaal op vocht tijdens de eerste vlucht, kan dit een luchtig laagje (brug)vormen tussen dekaarde en compost waardoor het voedseltransport tijdens de uigroei van de tweede vlucht belemmerd wordt. Dit veroorzaakt vaak het snel afrijpen van tweede vluchten. Echter als men gewend is om te sproeien rechtstreeks op doorgroeide compost, b.v. op de kopvuller, en men weet rekening te houden met compost structuur en vochtgehalte kan dit succesvol gebeuren. Van de andere kant zien we veel gevallen waarbij dit een te groot risico met zich mee brengt, in het bijzonder als de composten erg wisselend zijn, waarbij hier dan te weinig op ingespeeld wordt. Als de onderste laag compost op het moment van aanvang van de eerste vlucht natter is als de rest van de laag compost, moet het water geven zo wie zo op de kopvuller goed onder de loep genomen worden. Bekend is namelijk dat vanuit de onderste laag compost van ongeveer 5cm bijna niks verdampt, in tegenstelling tot de bovenste laag waar ook het overgrote deel van de voeding voor de champignons vandaan komt. Anton Sonnenberg, WUR. Wageningen) Het water dat via dekaarde naar de compost gesproeid wordt, blijft beter in deze bovenlaag van de compost hangen.


Thei Staaks.

 

MAN nieuwsbrief 4

Tip Mushroom Advice Network

Influence of Ammonia during phase II

Many times I have discussions with compost producers about the function and sensitivity of Ammonia during phase II.
Most people are thinking too easy that high levels of Ammonia are not so important during phase II.
But first of all NH3 (Ammonia in a gas concentration in the air) kills Green Mold spores when NH3 is more than 250 ppm.
More NH3 kills more Green Mold spores. (More than 250 ppm is for that reason advisable).

Second point, enough Ammonia is changing by micro live into proteins (Food for Mushrooms) during the Conditioning process.
For both reasons compost producers needs attention to handle the process that there is enough Ammonia during the Pasteurization. Together with High Ammonia and the Pasteurization temperature between 56 Degrees Celsius and 60 Degrees Celsius kills more Green Mold spores than during cook out end of the harvest (Higher compost temperatures and no Ammonia).

Compost producers like to go to the save site with Ammonia so they never have problems with the spawning schedule in their Tunnel farm. Of course the schedule is an important part of the process however compost producers several times go too much to the opposite what means not enough Ammonia.
More than 600 ppm NH3 can kill micro live in the compost as well. How higher the NH3 how more spores of Green Mold are killing.
The compost needs finally during the Conditioning process enough micro live for Ammonia exchange.
Most optimal NH3 during the Pasteurization is 300 – 500 ppm but most important is that the compost needs on time to be free from NH3.

In an optimal process the total phase II time is only 5 Days. Very important for an optimal phase II process is the inoculation of micro live compost (For example 2% finished phase II compost from the batch before) some hours before creatingmore micro live developing in the compost after inoculation.
The reduction speed of Ammonia during the Conditioning is related to the quality of Phase I as well. Some guys are afraid for NH3 concentrations during the Pasteurization from 400 ppm or more.
They are afraid for too much NH3 after 5 Days of Phase II. But when Phase I is optimal, normally the NH3 reduction goes fast enough to spawn after 5 Days of Phase II.
Mixing quality of raw materials is a very important part of successful phase I. Know that cooling down for spawning by more than 5 ppm is risky for too much Ammonia rests in the compost. Mycelium doesn´t grow when there are Ammonia rests in the compost.

Sometimes Ammonia doesn´t drop down and stays still on 10 or 15 ppm ore sometimes more. In case of that, I advice to reduce the average compost temperature till 45 Degrees Celsius.
The reason of that is because several times too much Ammonia is related to wet spots in the compost. In these spots the compost temperature is most of the time higher like 53 – 55 Degrees (Because wet spots are many times more compact what means no or less air crossing).
When the average compost temperature drops down from 48 Degrees till 45 Degrees it will drop down the warmer spots as well. 55 – 3 Degrees will become 52 Degrees, like 53 Degrees – 3 Degrees will become 50 degrees.
Below 53 Degrees Ammonia start changing into proteins by the micro live that is responsible for that.

The cold start calculation needs to be calculated by each batch again and very secure! Depend of the amount of Nitrogen raw materials makes risks in mistake different. For example when the process is working only with straw and chicken manure any mistake will be punished. By more Nitrogen raw materials a mistake in calculations will be not optimal but will give less effect than only chicken manure as Nitrogen raw material.

Regards, Jos Buth.

 

MAN nieuwsbrief 3

Tip Mushroom Advice Network

Doorgroeide compost vullen met kopvuller.


Het vullen van een cel.
Het machinaal vullen van fase 3 compost en afdekken in één beweging heeft natuurlijk grote voordelen ten opzichte van apart vullen en afdekken.
Wat in het buitenland nog veel gebeurt.
Arbeids besparing en minder kans op infectie zijn natuurlijk de grootste voordelen.
Daarnaast is het zo dat met de huidige vulmachines uitstekend gecacced en eventueel plastiek onder de compost getrokken kan worden in dezelfde tijd.
Toch lukt dit goed vullen lang niet altijd naar tevredenheid.
Hier volgen enkele tips.
Het grootste probleem tijdens het vullen is de gelijkmatige aanvoer van compost en dekaarde naar de vulmachine.
De verschillende egaliseer systemen (kettingen of drums) zijn maar heel beperkt in het gelijkmatig aanvoeren van compost of dekaarde als de aanvoer te ongelijkmatig is.
Bijvoorbeeld: als de voorraad compost voor de egaliseer ketting teveel variëert kan dit resulteren in een verschil in vulgewicht van 10-15 kg/m2.
Dit betekent dus grote temperatuurverschillen tijdens het hele verdere proces.
Dus ook meer of minder verdamping, meer of minder knoppen en tijdens de vluchten langzamere of snellere groei, en dus verschil in uitdroging van compost en dekaarde.
Voor snij bedrijven zeker, maar ook voor pluk bedrijven een grote handicap.
Ander nadeel vind ik ook altijd dat tijdens warmere periode de plaatsen waar veel compost zit, de temperatuur veel sneller te hoog wordt.
Dit dient ten alle tijden te voorkomen worden vanwege de grotere kans op verschillende Trichoderma soorten, welke graag bij een composttemperatuur groeien van 280 C.
Bovendien kost het extra energie en koelcapaciteit om overal de composttemperatuur onder 25-26 0C te houden.
Dit soort ongelijkmatigheden voorkomen kan door de voorraadbak vóór de compostketting zo gelijkmatig én vol mogelijk te houden.
Als we over dekaarde praten geldt eigenlijk hetzelfde.
Dus vóór de egaliseer ketting steeds mogelijk dezelfde hoogte dekaarde gebruiken.
Alleen voor dekaarde geldt dat de structuur van de dekaarde sterk bepaald wordt door de hoeveelheid dekaarde vóór de ketting.
Op het moment wordt overal ter wereld steeds meer gevraagd naar nattere grove dekaarde.
Met dit type dekaarde is het extra oppasssen geblazen.
Als er teveel dekaarde vóór de egaliseer ketting komt, wordt dit type dekaarde al gauw erg papperig, en kan zelfs hierdoor later tijdens het op vocht sproeien anaërobe worden.
Dus steeds een zo’n gelijk en laag mogelijk niveau aanhouden vóór de dekaarde ketting.
Hoe vast moet de compost aangedrukt worden? Hier over bestaan nogal wat verschillende meningen.
Een veel gemaakte foute redenering is dat compost losser gevuld dient te worden zodat het water wat gegeven wordt op de dekaarde helemaal door kan zakken, en daardoor gelijkmatig, verdeeld wordt door de laag compost. Een foute redenering, want we weten dat de grootste veranderingen tijdens de teelt plaatsvinden in het bovenste gedeelte (10cm) van de compostlaag.
Het hoogste gewichtsverlies door verdamping, en de vermindering van hemicellulose vindt plaats in de bovenste helft van de compostlaag. (Sonnenberg Mushroom Busines December 2011) Het is dus voor de hand liggend dat deze bovenste helft van de compost meer water moet krijgen dan de onderste laag compost.
Door vast genoeg te vullen blijft er aanzienlijk meer water hangen in de bovenlaag (10 cm) van de compost Een andere reden om niet te los te vullen is het feit dat de compostlaag tijdens de eerte en tweede vlucht meer inklinkt dan wanneer er wat vaster gevuld wordt.
Heel vaak zien we dat bij minder vast aangedrukte compost een luchtige laag compost onstaat met losse myceliumdraden tussen dekaarde en compost.
Het transport van voedsel naar de uitgroeiende champignons wordt hierdoor sterk verhinderd.
Hierdoor ontstaat vaak het snel afrijpen van de tweede vlucht.
Een goede maatstaf om vast te stellen hoe vast de compost aangedrukt moet worden is door met een vuist de compost een enkele centimeters in te drukken deze bij het loslaten de compost nog net iets opveert.
Kortere nattere compost zal dan niet te vast zitten en langere of drogere compost komt dan vast genoeg in de bedden.
De derde reden om niet te los te vullen is het feit dat de temperatuur beheersing bij een vastere laag veel gemakkelijker is dan bij een lossere laag compost.
Ongetwijfeld zijn er nog meer vragen, maar in deze tip kunnen deze niet allemmal beantwoord worden.
Zijn er echter nog vragen of opmerkingen dan hoor ik dat graag.

Veel succes
Thei Staaks

 

MAN nieuwsbrief 2

Tip Mushroom Advice Network

Uniformity in compost

Consistency and uniformity is for the most compost producers and mushroom producers the most important issue in the production of compost. Fine tuning can only start when compost is consistence. Uniformity is a part of that. What are important issues to make your compost uniform? First of all, it starts with good selections of raw materials. Be secure and critical in acceptations and buying of your raw materials. One of the big mistakes is many times in many farms cheap investments of products like raw materials. Many compost producers and or mushroom producers don´t have enough the idea how bad influence bad raw materials can have for compost quality´s. Small amounts of bad raw materials makes the rest of the compost worse and not the opposite, that the biggest part of the raw materials what is nice improve the worse and smaller part of the raw materials. Take care that you protect storage of raw materials. After arriving of good raw materials is separate pre wetting of different raw materials a must for uniformity! The quality of mixing is another very important issue what has big influence of uniformity and consistency. Uniformity of watering is a very important detail in the mixing process. Make highest attention as possible for a perfect watering system. This means water has to come even as possible on an even flow of raw materials. The way how raw material is entring in a mixing line makes a big difference in uniformity. For example when a loader brings straw in an uneven flow in the hopper of the mixing line (once a lot, other moments small amounts) it makes the straw not uniform wet and it creates a not uniform mixing quality. . The time after mixing what happens than with your mixed product? When you put it on an aerated floor, for example be sure that the mix has an open structure , this means use a filling system and not only a loader. When you make piles take care that you protect the piles with nets by strong sunny weather or raining days. When you fill after mixing the mix directly in bunkers please make optimal attention of filling quality (fill in compost layers and use a filling system, like a bunker filler, overhead filler of filling cassette). The time the compost stays in a bunker is an influence of uniformity as well. Don´t think that many times bunker changes are optimal. Principal one bunker change has to be enough in a normal bunker time from 8 days, but is only possible by a perfect mix. Everywhere compost producers need to change the bunker more than once, means that the raw materials are not properly mixed. Some Bunkers in the world are open in the top. Please make protections like a simple roof (Wooden roof is most practical against oxidations). Protect your compost against rain, sun and wind. The in between phase I and phase II tunnels or pasteurization rooms need also extra attention. Try to mix the compost uniform during or after emptying the bunker. (Right equipments and protections against not optimal weather) Good luck,

Jos
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

MAN nieuwsbrief

Onze eerste M.A.N. nieuws brief ligt voor U.

Het ligt in de bedoeling dat er regelmatig via onze site bruikbare en praktische informatie voor compostering , teelt en/of of oogst bedrijven voor u verstrekt gaan worden.


Via deze eerste nieuwsbrief wil ik een vaak ondergeschoven item aan de orde brengen, n.l. het
oogsten van de champignons,
Het oogsten van champignons heeft een grote invloed op kwaliteit en opbrengst.
Het meerdere keren per dag overplukken heeft al op menig bedrijf zo zijn voodelen bewezen.
Toch zien we dat op veel bedrijven er nog steeds onvoldoende gebruik gemaakt wordt van de
voordelen van deze manier van plukken. De oorzaak is dat men problemen ondervindt bij het
overschakelen naar meerdere keren overplukken. Veranderingen in het bedrijf stuiten maar al te
vaak op weerstand bij de werknemers, in dit geval dus de pluksters. Maar ook de oogstleiding ziet
het meerdere keren overplukken als extra belasting van hun toch al zware taak.
De voordelen wegen echter gemakkelijk op tegen de nadelen. Heel simpel gezegd is het zo dat
champignons nu eenmaal 24 uur per dag groeien.
In 24 uur kan het gewicht van een champignon met 100% toenemen als de spreiding dit tenminste
toelaat, en spreiding is nu eenmaal een vereiste voor goede kwaliteit te oogsten.
Dit wil zeggen dat een champignon die bijvoorbeeld 2,5 uur te vroeg geoogst wordt vanwege het
niet overplukken, ongeveer 10% meer gewicht zou kunnen krijgen als dit overplukken wel gebeurd
zou zijn, zonder dat dit tenkoste gaat van de kwaliteit. Sterker nog, de kwaliteit en met name de
verzorging van het produkt zien we meestal verbeteren doordat door overplukken de maatsortering
eenvoudiger wordt voor de pluksters, en gemakkelijker is te managen.
Een goede manier van overplukken zal voor ieder bedrijf natuurlijk zelf ingevuld moeten worden,
en is afhankelijk van stand van de vlucht, klanten en plukhulpmiddelen. Maar in het algemeen is het
volgende plukschema een bruikbare methode om aan de slag te gaan.



Deze manier van overplukken zal zeker een goede introductie bij de start vergen. Tip is om goed
gemotiveerde pluksters die openstaan voor vernieuwing te laten starte met overplukken, en
daardoor de resultaten van het nieuwe plukken zichtbaar te maken. Een produktie verhoging
en plukprestatie verbetering van ongeveer 10 % vergeleken met één keer plukken is zeker
realiseerbaar.
Maak de dag van tevoren een goede oogstplanning, en bekijk s’morgens voor aanvang van de
pluk nog een keer of je planning nog klopt. Soms groeien champignons sneller dan verwacht zoals
we weten. Bereken goed met hoeveel pluksters je wilt beginnen. Tip is om zeker niet met teveel
pluksters te beginnen, zodat er minimaal gewisseld hoef te worden, van de ene naar de andere cel
en om te voorkomen dat de pluksters zich elkaar hinderen bij het overplukken. Het beste werkt het
om de planning zo te maken dat na de eerste keer overplukken(ongeveer 2 uur pluktijd) dezelfde
mensen de hele cel nogmaals overplukken(ook 2 uur), en dat bij de derde keer of vaker overplukken
eventueel enkele pluksters extra bij gezet kunnen worden.

Succes,
Thei Staaks
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Tel: +31624416851